Bisonspoor 3002 - B505 Bison Office Space, toren Berlin 4e etage 3605 LT Maarssen +31 346 - 556 376 Ma-Vr: 09:00 - 17:00 uur

Update:

Gewijzigde vaccinatie strategie chronische aandoeningen.

Dit stuk is puur ter informatie, niet om een discussie uit te lokken en gaat degenen aan die zich willen laten vaccineren.

De vaccinatiestrategie is opnieuw aangepast voor mensen met chronische aandoeningen. Hun belangenvereniging vindt het onbegrijpelijk dat zij zo lang moeten wachten op een prik. Alleen voor een kleine groep van 30 duizend personen met een zeer hoog risico is sprake van vaccinatievoorrang. Zij komen vanaf volgende week in aanmerking voor een prik. Het gaat onder meer om mensen die een orgaantransplantatie hebben ondergaan of aan een ernstige nierziekte lijden.

Dat heeft minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid gisteren aan de Tweede Kamer laten weten. In zijn brief noemt De Jonge ook een groep van rond een miljoen mensen met chronische aandoeningen, zoals astma, hartproblemen, diabetes, nierziekten en immuunziekten. Zij kunnen naar verwachting vanaf begin mei terecht bij hun huisarts, nadat de 60- tot 64- jarigen hun prik hebben gehad. Dan wordt ook begonnen met de (gezonde) 50- tot 59- jarigen. De belangenvereniging Iederin voor chronisch zieken vindt dit veel te laat. Hun voorzitter Illya Soffer noemt het onbegrijpelijk dat 'een miljoen personen met een medische indicatie in het vaccinatieschema geruisloos naar achter zijn geschoven'. Terwijl volgens haar een aanzienlijk deel van hen vanwege het gezondheidsrisico al bijna een jaar in thuisisolatie zit.

De minister heeft de vaccinatievolgorde van de verschillende groepen voortdurend aangepast. Aanvankelijk zou al in het eerste kwartaal met de vaccinatie van de 18- tot 60-jarigen met chronische aandoeningen worden begonnen. Maar in de loop van de tijd schoven zij door nieuwe keuzes naar achteren, bijvoorbeeld ten faveure van de thuiswonende ouderen. Volgens de nieuwe routekaart moeten deze jonge chronisch zieken geduld hebben. Vorige week is begonnen met het inenten van de 60- tot 64-jarigen, plus de mensen met zwaar overgewicht en het syndroom van Down. De snelheid van dit proces is mede afhankelijk van de leverantie van het vaccin van AstraZeneca, dat nu al voor de tweede keer zijn leveringsbelofte niet nakomt.

Dat maakt het lastig om vooruit te plannen, aldus De Jonge. Toch gaat de minister ervan uit dat in het tweede kwartaal een flinke versnelling kan worden ingezet, tot mogelijk 2,5 miljoen prikken per week. Hiervoor moet de logistiek in de 54 ggd-vaccinatielocaties worden verbeterd. Hoogleraar logistiek Jan Fransoo is hiervoor met de GGD West-Brabant aan het onderzoeken hoe het sneller kan. Bijvoorbeeld door de administratie van de vaccinaties los te koppelen van het prikken.


Met vriendelijke groet,

Johan Mooi
Zorgverzekeringen


Patiënten vragen over vaccinatie Covid 19

Naar aanleiding van de vele facebook vragen over het komende Corona vaccinatieprogramma, de mogelijk daaraan verbonden risico’s voor auto-immuunziekte patiënten , hopen wij, als bestuur van de NVSP, met het onderstaande en uit betrouwbare bronnen afkomstige informatie u nader te informeren.

Vaccinatie tegen het coronavirus

Heb je vragen over de toekomstige inenting (vaccinatie) tegen het Covid19-coronavirus zoals het gebruik van en de combinatie met de gebruikte medicijnen? Neem hierover dan contact op met je arts. Wij, maar ook Reuma Nederland, hebben hier nog geen informatie over. Wel onderhouden we nauw contact met de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie en onze medische adviescommissie en als er nieuwe ontwikkelingen zijn hoor je dit zo snel mogelijk van ons.

Lopende onderzoeken naar een coronavaccin

Volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie bevinden zich nu wereldwijd ruim 51 vaccins in de klinische studiefase en 163 vaccins in de preklinische studiefase (laatste update 7 december 2020). Of ieder vaccin de eindstreep haalt, hangt af van de werkzaamheid, kwaliteit en veiligheid van het vaccin.

Aantal vaccinaties dat mogelijk door Nederland besteld en gebruikt gaat worden zijn afkomstig van de farmaceutische bedrijven:

  • BioN Tech/Pfizer:
  • AstraZeneca:
  • Sanofi/GSK:
  • CureVac:
  • Moderna:

EMA (EUropean Medicine Agency) organiseert online bijeenkomst over COVID-19 vaccins.

Laatste update: donderdag 3 december 2020, 13:30 uur

Op vrijdag 11 december organiseert het Europees Medicijnagentschap EMA een onlinebijeenkomst voor alle inwoners van Europa. Deze bijeenkomst is bedoeld om iedereen te informeren over de goedkeuring van mogelijke coronavaccins. En over de rol van de medicijnautoriteiten tijdens de ontwikkeling, beoordeling, goedkeuring en het monitoren van de veiligheid.

De bijeenkomst vindt plaatst op vrijdag 11 december van 13:00 uur tot 16:30 uur, en is voor iedereen online toegankelijk via de website van het EMA

Op 1 december heeft het EMA de aanvraag voor een voorwaardelijke vergunning van Pfizer/BioNtech ontvangen. De eindbeoordeling is hiermee gestart. Op 29 december verwacht het EMA dat het Europese beoordelingscomité een uitspraak zal doen over de markttoelating, afhankelijk of de gegevens voldoen aan de toelatingseisen.

Het Europees Medicijnagentschap (EMA) en de Nederlandse medicijnautoriteit CBG (College Beoordeling Geneesmiddelen) gaan kijken naar de studieresultaten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de fabrikant van remdesivir. Op basis daarvan wordt overwogen of de studie gevolgen heeft voor bijvoorbeeld de productinformatie voor remdesivir. Tot die tijd kunnen artsen het medicijn dus gewoon blijven gebruiken.

Remdesivir is als eerste coronamedicijn goedgekeurd in heel Europa. Dit is gebeurd op basis van beschikbare gegevens over de werkzaamheid, veiligheid en kwaliteit van het medicijn. Uitgangspunt is dat de werkzaamheid opweegt tegen de risico’s. Maar, zoals eerder gezegd, het is geen wondermiddel.

Immunologische aandoeningen en Covid 19

Vanwege de problemen met COVID-19 heeft de Nederlandse Vereniging voor Allegorie en Klinische Immunologie antwoorden geformuleerd op vragen van patiënten en artsen of patiënten met auto-immuunziekten (systemische auto-immuunziekten en vasculitiden), primaire immuundeficiënties (PID), of auto-inflammatoire aandoeningen een extra risico lopen op het oplopen van COVID-19 virus en wat moet gebeuren met de medicatie die zij krijgen voor hun aandoening indien zij besmet zijn met COVID-19 virus.

Algemeen uitgangspunt hierbij is vooralsnog dat, waar mogelijk, immunosuppressieve medicatie wordt gecontinueerd om het risico van een opvlamming van de onderliggende ziekte te minimaliseren. Daarnaast wordt geadviseerd intraveneuze immuunglobulines te continueren. Bij de totstandkoming van dit document zijn immunologen geconsulteerd werkzaam in het Amsterdam UMC, Erasmus MC, UMC Utrecht, Radboud UMC, UMC Groningen en UMC Maastricht. De antwoorden en adviezen zijn veelal gebaseerd op expert-opinion, gegeven de vooralsnog beperkte kennis in het kader van COVID-19, en kan aan verandering onderhevig zijn.

  1. Heeft een patiënt met een auto-immuunziekte, primaire immuundeficiëntie, of auto inflammatoire aandoening een grotere kans om het virus te krijgen dan de gemiddelde Nederlander?

    Waarschijnlijk niet. Het kenmerkende van dit virus is dat het niet eerder bij mensen is voorgekomen en niemand dus nog afweer heeft kunnen opbouwen. Iets wat we bijvoorbeeld wel hebben kunnen doen bij de meeste griepvarianten waardoor weliswaar veel mensen de griep krijgen maar in ieder geval niet iedereen. Ieder mens lijkt dus een even grote kans te hebben om besmet te raken met het SARS-CoV-2 oftewel COVID-19 virus.

  2. Loopt een patiënt welke immunosuppressiva gebruikt of een primaire immuundeficiëntie heeft meer risico dan de gemiddelde gezonde Nederlander?

    Waarschijnlijk. Of mensen die immunosuppressiva gebruiken of een afweerstoornis hebben een verhoogd risico hebben op een negatief beloop bij COVID-19 infectie weten we op dit moment nog niet. Internationale samenwerkingsverbanden en organisaties betrokken bij zorg voor patiënten met primaire immuundeficiëntie veronderstellen dit wel voor deze patiëntencategorie. Voor het gebruik van verschillende immunosuppressiva is een generieke uitspraak lastig. Het infectierisico voor reeds bekende andere ziekteverwekkers is verschillend bij gebruik van de diverse immunosuppressiva en bij sommige middelen niet evident verhoogd. Daarnaast lijken verschillende immunosuppressiva, zoals mycofenolaatmofetil en ciclosporine, in vitro antivirale effecten te tonen bij MERS-CoV. Of dat betekent dat personen die deze middelen als medicijn nemen in verband met hun onderliggende ziekte relatief beschermd zijn tegen COVID-19 is nog niet bekend. Voor patiënten met auto-inflammatoire aandoeningen (d.w.z. wat we vroeger de periodieke koortssyndromen noemden) wordt niet aannemelijk geacht dat zij een verhoogd risico lopen op een ernstiger beloop van infecties. Aan alle patiënten wordt geadviseerd de RIVM-hygiëne maatregelen strikt na te leven.

  3. Als patiënten worden behandeld met afweer-onderdrukkende medicijnen zoals, prednisolon, methotrexaat, azathioprine (imuran), ciclosporine, mycofenolaatmofetil (cellcept), cyclofosfamide, rituximab, anti-TNF, anti-IL6, anti-IL1 is de huidige situatie dan een reden om deze medicatie te wijzigen/ af te bouwen in afwezigheid van klachten?

    Nee. In zijn algemeenheid is het niet verstandig om nu de medicatie aan te passen (af te bouwen) want:

    a) het effect van die aanpassing treedt veelal pas na weken of maanden op;

    b) als er door die afbouw een opvlamming van onderliggende ziekte optreedt – met mogelijke orgaancomplicaties en noodzaak tot intensievere immuun suppressie – kan dat nadeliger zijn. We zijn immers de komende periode nog niet van het COVID-19 probleem af.

    Bovenstaande geldt ook voor patiënten met auto-immuun complicaties in het kader van een primaire immuundeficiëntie welke met immunosuppressiva worden behandeld. Ter overweging. Waar mogelijk kan worden overwogen om intraveneuze medicatie om te zetten in subcutane informatie om ziekenhuisbezoek/dagbehandeling, te minimaliseren (zoals bijvoorbeeld infliximab naar subcutane variant van anti-TNF, met tevens kortere Th, tocilizumab (anti-IL6) van i.v. naar s.c.).

  4. ls patiënten worden behandeld met afweer-onderdrukkende medicijnen zoals prednisolon, methotrexaat, azathioprine (imuran), ciclosporine, mycofenolaatmofetil (CellCept), cyclofosfamide, rituximab, anti-TNF, anti-IL6, anti-IL1, is het ontstaan van klachten dan een reden om deze medicatie te wijzigen of af te bouwen?

    Mogelijk. Bij nieuwe klachten die kunnen passen bij een luchtweginfectie zoals hoesten of toenemende kortademigheid adviseren wij patiënten laagdrempelig de temperatuur te meten en bij temperatuurverhoging (>38 graden) in eerste instantie de arts te raadplegen en met de volgende inname of injectie van medicatie te wachten tot na het overleg met de arts. Gezien vooralsnog onduidelijk is hoe de ziekte zich bij deze patiënten zal gedragen, kan worden overwogen patiënten laagdrempelig te (laten) beoordelen.

  5. Als bij patiënten welke worden behandeld met afweer-onderdrukkende medicijnen zoals prednisolon, methotrexaat, azathioprine (imuran), ciclosporine, mycofenolaatmofetil (CellCept), cyclofosfamide, rituximab, anti-TNF, anti-IL6, anti-IL1 een COVID-19 infectie is aangetoond, is dat dan een reden om deze medicatie te wijzigen of af te bouwen?

    Afhankelijk van ziekteactiviteit, gebruikte medicatie en in overleg met behandelaar kan volgende worden overwogen:

    Milde klachten: doorgaan met medicatie;

    koorts:
    Stoppen met biological (m.u.v. anti-IL1, zie onder), ander medicatie continueren;
    Verdubbelen prednisolon als dosering < 10mg i.v.m. mogelijke bijnierschorsinsufficiëntie, bij 10mg of hoger continueren;
    Dyspneu: methotrexaat stoppen (CAVE interstitiële longziekte), rest in overleg met behandelaar;
    Opname: per individuele patiënt i.o.m. behandelaar bepalen hoe om te gaan met medicatie;
    IC en beademing: per individuele patiënt iom behandelaar bepalen hoe om te gaan met medicatie.

    Anti-IL1, gebruikt voor auto-inflammatoire aandoeningen, kan veelal worden door gebruikt. De redenen hiervoor zijn dat het een relatief mild immunosuppressief medicijn is; na het staken de onderliggende aandoening snel activeert (m.n. koorts) en er daarnaast aanwijzingen zijn dat anti-Il1 hyperinflammatie remt. Immuunglobuline toedieningen continueren op geleide van dal spiegel en in overleg met behandelaar.

    * De data betreffende steroïden en COVID-19 zijn niet bekend: theoretische data suggereren dat milde doseringen steroïden gunstig zouden kunnen zijn. Echter, er wordt ook gepostuleerd dat bij het ontwikkelen van pulmonale afwijkingen steroïden de mortaliteit verhogen door verlenging van virale uitscheiding. Dit betreft m.n. extrapolatie van onderzoek bij MERS-CoV met relatie hoge dosering steroïden bij ernstig zieke ic-patiënten; Vooralsnog is de immuun pathologie van het ARDS-beeld bij COVID-19 niet goed bekend. Mogelijk kunnen anti-IL-6 en anti-IL-1 hyperinflammatie in dit proces remmen, er lopen initiatieven om dit op de ic-setting te onderzoeken.

    ** Vooralsnog valt dit buiten de scope van deze aanbevelingen.

    Adviezen aan patiënten.

  6. Voorkomen infectie is primair van belang, hanteer hiervoor de geldende hygiëne maatregelen. Raadpleeg RIVM website.
    De RIVM-informatie is te vinden op de vraag en antwoordpagina van de RIVM: Telefonische bereikbaarheid van 8 uur ’s ochtends tot 8 uur ’s avonds via telefoonnummer 0800-1351.

  7. Stop niet zonder overleg met behandelaar met immunosuppressieve medicatie, gezien de risico’s van de opvlamming van de ziekte



Delen op social media?
Leden Nieuwsbrief:

Abonneren op Het Kleine Ogenblikje.

Ja, ik blijf als lid van de vereniging graag op de hoogte van alles rondom NVSP via Het Kleine Ogenblikje.